Gezegdes
Spreuken Pagina 4 van 4



In deze mooie prent van Pieter Bruegel zitten:
73 Nederlandse en Vlaamse spreekwoorden verborgen.
Elke actie in de afbeelding stelt een spreekwoord voor.






1 - Het beste grietje dat men vond, was zij die de duivel op een kussen bond.
wordt gezegd van iemand die flink is en iedereen klein krijgt.

2 - Een pilarenbijter.
een huichelaar of schijnheilige.

3 - Vuur in de ene hand dragen, en water in de andere.
onoprecht of dubbelhartig zijn.

4 - De haring braden om de rog of kuit.
klaplopen, zijn geld verkwisten.

5 - Tussen twee stoelen in de as zitten.
geen van twee mogelijkheden of kansen weten te gebruiken
en daardoor in een benarde positie komen.



6 - De hond in de pot vinden.
komen als het eten op is.

7 - Het varken trekt de tap uit.
het is met tappen gedaan, of: de zaken van de waard gaan slecht.

8 - Met het hoofd tegen de muur lopen.
zijn zin trachten door te drijven tegen het onmogelijke in.

9 - De één scheert de schapen, de ander de varkens.
de één heeft de wol (voordeel), de ander waardeloos varkenshaar (nadeel).

10 - De kat de bel aanbinden.
de eerste stap doen om een gevaarlijk plan tot uitvoering te brengen.



11 - Daar hangt de schaar uit.
het is er duur, men wordt er van zijn geld beroofd.

12 - Aan één been knagen.
werken aan iets dat veel inspanning vraagt, maar niets oplevert.

13 - Ongelegde eieren zijn onzekere kuikens.
iets waarvan het nog heel onzeker is of het plaats zal hebben of:
iemand het ei uit zijn gat vragen alles willen weten;
onbescheiden vragen stellen.

14 - Hij draagt de dag met manden uit.
hij verkwist zijn tijd.



15 - Voor de duivel een kaars aansteken.
trachten overal vrienden te krijgen.

16 - Bij de duivel te biecht gaan.
zijn geheimen toevertrouwen aan een onbetrouwbaar mens.

17 - Een oorblazer.
een kwaadspreker, opruier.

18 - De één rokkent wat de ander spint.
de één ontwerpt een boos plan, dat door de ander wordt uit- gevoerd;
'rokken' is vlas of wol op een spinstok winden.

19 - Zij hangt haar man de blauwe buik om.
ze bedriegt hem; een 'huik' is een lange mouwloze mantel.

20 - Als het kalf verdronken is dempt men de put.
de fout herstellen als het te laat is.



21 - Men moet zich krammen wil men door de wereld kommen.
om iets te bereiken moet men moeite doen.

22 - Rozen voor varkens werpen.
geschenken of goede raad verspillen aan hen die dat niet waard zijn.

23 - Het varken is door de buik gestoken.
de zaak is vooraf bedisseld.

24 - Twee honden aan één been komen zelden overeen.
twee die hetzelfde willen, maar er met elkaar om ruziën.

25 - De vos en de kraan hebben elkaar te gast.
de bedrieger bedrogen.



26 - Het is gezond in het vuur te pissen.
het is goed om hevigheid te kalmeren of:
zijn vuur is uitgepist er zit geen fut meer in.

27 - Hij laat de wereld op zijn duim draaien.
hij is machtig.

28 - Een spaak in het wiel steken.
de voortgang belemmeren.

29 - Die zijn pap stort, kan die niet allemaal weer oprapen.
eenmaal aangerichte schade kan niet meer worden hersteld.

30 - Hij zoekt het bijltje.
hij zoekt ruzie.



31 - Hij weet nauwelijks van het ene brood tot het andere te geraken.
hij kan nauwelijks rondkomen

32 - Zij trekken om het langste eind.
zij proberen er alletwee voordeel uit te halen.

33 - Wijder gapen dan de oven.
een grote mond opzetten; spreken zonder aangehoord te worden.

34 - Onze heer een vlassen baard aandoen.
huichelen, God bedriegen.

35 - In zijn eigen licht zitten.
zijn eigen zaak doen mislukken.



36 - Zij raapt het kippenei en laat het ganzenei lopen.
zij gebruikt het kleine en verwaarloost het grote.

37 - Hij is door de mand gevallen.
hij heeft moeten bekennen.

38 - Op hete kolen zitten.
ongeduldig zijn.

39 - De verkeerde wereld.
alles staat op zijn kop; het kruis aan de wereldbol hangt omlaag.

40 - Op de wereld schijten.
er maling aan hebben.



41 - De gekken krijgen de kaart.
het geluk is met de dwazen.

42 - Elkaar bij de neus nemen.
elkaar bedriegen.

43 - Iets door de vingers zien.
iets oogluikend toelaten.

44 - Onder de bezem getrouwd.
ongehuwd samenleven.

45 - De bezem uitsteken.
feestvieren



46 - Daar groeien vlaaien op het dak.
daar leeft men in overvloed.

47 - Tegen de maan pissen.
volgens volksgeloof brengt dit ongeluk.

48 - Dat zijn twee hoofden onder een kaproen.
zij zijn het met elkaar eens; een 'kaproen' is een soort muts.

49 - Gekscheren.
spotten .

50 - Achter het net vissen.
te laat komen en zijn kans voorbij laten gaan.



51 - Er zijn gat aan afvegen.
er maling aan hebben.

52 - Van de os op de ezel springen.
wispelturig zijn.

53 - Op de kaak spelen.
zich onrechtmatig iets toeeigenen.

54 - Zijn pijlen verschieten.
zijn krachten verspillen; zijn geld uitgeven.

55 - Waar het hek open is, lopen de varkens in het koren.
door slordigheid gaat het fout.



56 - Hij hangt de huik naar de wind.
hij verandert van partij wanneer dat voordeel oplevert;
een huik is een lange mouwloze mantel.

57 - Zij kijkt naar de ooievaar.
zij is lui of zij verwacht een kind.

58 - Koren in de wind wannen.
nutteloos werk doen; een 'wan' is een grote platte mand
die gebruikt wordt om het koren van het kaf te scheiden.

59 - Grote vissen verslinden de kleine.
machtigen verdrukken de zwakken.

60 - Hij kan de zon niet in het water zien schijnen.
hij is afgunstig.



61 - Tegen de stroom inzwemmen.
ondanks tegenstand zijn doel willen bereiken.

62 - Een aal bij de staart hebben.
dingen doen die mislukken.

63 - Van andermans leer is het goed riemen snijden.
het is gemakkelijk met kwistige hand om te gaan met spullen van een ander.

64 - De kap over de haag werpen.
zijn klooster of beroep vaarwel zeggen.

65 - Zijn geld in het water werpen.
zijn geld verspillen.



66 - Zij schijten alletwee door één gat.
ze zijn het met elkaar eens.

67 - Twee vliegen in één klap vangen.
twee voordelen ineens behalen; twee zaken in één moeite afdoen.

68 - Waar rook is, is vuur.
niets is zonder oorzaak; er gaat geen praatje of er is iets van waar of:
terwijl de één zijn huis brandt,
warmt de ander zijn handen de één profiteert van het ongeluk van de ander.

69 - Wilde beren zijn bij de ander gheeren.
zelfs wilde beren behandelen hun wijfje zacht.

70 - Wie weet waar omme de ganzen bervoets gaan? hierom,
daarom gaan de ganzen bervoets.
alles heeft zijn reden.



71 - Een oogje in het zeil houden.
toezien dat er niets misgaat.

72 - Hij beschijt de galg.
Hij trotseert de galg.

73 - Koe is koe, uier is koe.
Alle vrouwen zijn hetzelfde.













Pagina 4 van 4




Home is where the Heart is .....